Maak kennis met... Emile Castelain!
- Erfgoed Jong

- 12 jan
- 5 minuten om te lezen

In november van vorig jaar won Emile Castelain de Monumententalentprijs voor zijn onderzoek naar de erfgoedwaarden van objecten en gebouwen binnen een themaparkomgeving. Hij werkt momenteel als Beleidsmedewerker Erfgoedontwikkeling bij de Efteling. Wij spraken hem over zijn werk, en plannen voor de toekomst.
Waar ben je op dit moment mee bezig in je werk?
Momenteel werk ik aan de doorvertaling van mijn onderzoek aan de KU Leuven over erfgoedwaarde in de Efteling naar de dagelijkse praktijk van het park. Uit dat onderzoek bleek dat de principes van levend erfgoed goed toepasbaar zijn op de Efteling. Daarbij gaat het om het borgen van actieve, levende praktijken, waarbij verandering juist een essentieel onderdeel is. Voor de Efteling betekent dat: minder focus op het letterlijk behouden van losse objecten en meer aandacht voor de culturele continuĆÆteit en samenhang van het park.
Ā
Die inzichten gebruik ik nu om erfgoed binnen de Efteling verder vorm te geven in een ontwikkelingsplan. Enerzijds kijk ik hoe erfgoed een formele plek kan krijgen binnen de bedrijfsvoering van de Efteling. Daarvoor loop ik mee in verschillende lopende projecten, zoals de elektrificatie van stoomlocomotief Aagje en de sloop en herbouw van het snoephuisje uit het sprookje van Hans en Grietje. Ik kijk hoe die ontwikkelingen in de praktijk verlopen, wat ze betekenen voor het erfgoed en vooral op welke manier erfgoed actiever kan bijdragen aan toekomstige projecten, zodat duurzame borging vanzelf onderdeel wordt van het ontwikkelproces.
Ā
Anderzijds ga ik het gesprek aan met de gemeente Loon op Zand en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om te onderzoeken hoe de erfgoedwaarde en -aanpak van de Efteling kunnen aansluiten bij bestaande beleidsinstrumenten, zoals de Omgevingswet en de Erfgoedwet. Zo schoof de Efteling aan bij de totstandkoming van de gemeentelijke Nota Erfgoed 2026ā2036 en gingen we in gesprek met heemkundekringen en andere erfgoedstakeholders.
Ā
Daarnaast probeer ik de gedachte van levend erfgoed ook buiten de context van de Efteling verder te brengen. Juist omdat de Efteling continu in beweging is, biedt het park een interessante speelruimte om te onderzoeken hoe vernieuwing te combineren is met behoud; iets wat we intern vertrouwd vernieuwen noemen. Langnek is daar een goed voorbeeld van: door de jaren heen kreeg hij nieuwe hoofden, romp en rotswerk, zonder dat de herinneringen of erfgoedwaarde verloren gingen. Die inzichten delen we actief, onder andere via publicaties en lezingen, bijvoorbeeld aan de KU Leuven of op internationale platforms zoals de pretparkbeurs IAAPA.
Ā
Waar komt je interesse in themaparken vandaan?
Die interesse ontstond eigenlijk al heel vroeg. Toen ik vier was en voor het eerst de Efteling bezocht, trok ik blijkbaar aan mijn moeders arm met de mededeling dat ik hier later zou werken. Die belofte heb ik uiteindelijk ook kunnen waarmaken. Door de jaren heen ben ik de themaparkwereld steeds actiever gaan volgen via online fora en sociale media, en raakte ik steeds meer gefascineerd door hoe die parken zich ontwikkelen.
Ā
Wat mij precies zo aantrok aan themaparken kon ik lange tijd moeilijk benoemen, dat werd pas helderder tijdens mijn studies architectuur en erfgoedzorg. Wat me vooral fascineert, is hoe themaparken omgaan met ruimte en authenticiteit. Vanuit architectuur en stedenbouw wordt er vaak neergekeken op themaparken vanwege de thematisering en het ānepkarakterā, maar als je die opsmuk even loslaat, zie je juist zeer doordachte publieke ruimtes. Het zijn plekken die volledig zijn ontworpen op de schaal van de voetganger, met herkenbare plekken, efficiĆ«nte faciliteiten en levendige gevels die uitnodigen om te blijven hangen - kwaliteiten waar we in de hedendaagse stedenbouw soms moeite hebben om ze consequent te realiseren.
Ā
Daarnaast intrigeert me de spanning tussen authenticiteit en schijn. Themaparken zijn in zekere zin volledig āfakeā: ze nemen een loopje met geschiedenis, materialisatie en constructieve logica. Maar die onechtheid wordt juist omarmd als onderdeel van de culturele praktijk. Begrippen als āachter de schermenā en ārekwisietenā maken duidelijk dat themaparken bewust geĆ«nsceneerde werelden willen creĆ«ren. En juist daardoor zijn ze authentiek in wat ze zijn: hedendaagse plekken die bezoekers onderdompelen in andere werelden en hen even laten ontsnappen aan het dagelijkse leven; puur escapisme.
Ā
Welk advies zou je geven aan een jongere versie van jezelf, op de dag dat je je eerste stap in de erfgoedsector gezet hebt?
Ik zou mezelf willen meegeven dat erfgoedzorg geen exacte wetenschap is. Dat besef ontstond bij mij niet in ƩƩn keer, maar eerder terloops tijdens mijn master Conservation of Monuments and Sites, wanneer ik bijvoorbeeld via een gastcollege ineens werd gewezen op een heel andere kijk op erfgoed en reconstructie uit China. Erfgoedzorg is zeker niet willekeurig, maar wel argumentatief: het gaat om afwegen, onderbouwen en durven bevragen. Je neemt met andere woorden een positie in ten opzichte van het erfgoed. Met de juiste onderbouwing is in sommige situaties veel mogelijk wat op het eerste onderbuikgevoel misschien verkeerd aanvoelt, zoals sloop, reconstructie of imitatie.
Ā
Het erfgoedveld leunt sterk op een kader van normen en principes, vooral gecentreerd rond materiële authenticiteit. Vaak geldt nog altijd: verlies van materiaal is automatisch verlies van erfgoedwaarde. Dat is in veel situaties een waardevol perspectief, maar ook een sterk westers idee, dat niet in elke context werkt. Bij themapark-erfgoed werd die spanning ook duidelijk zichtbaar. Waarom kan bijvoorbeeld een snoephuisje volledig worden afgebroken en opnieuw opgebouwd met duurzame technieken, zonder dat bezoekers het gevoel hebben dat er erfgoed verloren is gegaan? Daarom zou ik mezelf aanraden om vaker een bijna kinderlijke naïviteit toe te laten: alles benaderen met een oprechte waarom-vraag, en aannames durven loslaten.
Ā
Daarnaast zou ik zeggen: zoek actief de samenwerking met andere disciplines en durf hun taal je eigen te maken. Erfgoed staat nooit op zichzelf, maar bevindt zich in het spanningsveld van politiek, economie, ecologie en maatschappelijke vraagstukken. Door die verbindingen op te zoeken en mee te kunnen praten op gelijk niveau, versterk je je eigen positie als erfgoedprofessional Ʃn maak je de stem van erfgoed relevanter op het moment dat er echt beslissingen genomen moeten worden.
Ā
Weet je al hoe je het gewonnen geldbedrag van de Monumententalentprijs wil inzetten voor je ontwikkeling?
Ja, daar heb ik al wat ideeƫn over. Ik liet het tijdens het Monumentencongres al even vallen: ik wil het bedrag graag inzetten om een aantal themaparken te bezoeken die al te maken hebben met erfgoedstatussen, en te onderzoeken hoe zij daarmee omgaan in hun verdere ontwikkeling. Het lijkt me bijzonder waardevol om die praktijk te vergelijken met het verhaal van levend erfgoed binnen de Efteling, en om beter te begrijpen hoe erfgoedgerelateerde beslissingen in themaparken tot stand komen, zowel op creatief als op bestuurlijk niveau.
Ā
Daarvoor lijken parken als Tivoli Gardens in Kopenhagen, Tibidabo in Barcelona en Pleasure Beach Resort in Blackpool mij interessante bestemmingen - uiteraard puur voor het āonderzoekā. Het zijn plekken met een lange geschiedenis, waar ik graag in gesprek zou komen met zowel het management als erfgoedautoriteiten om te leren hoe zij de balans tussen behoud en ontwikkeling aanpakken.
Ā
Wat voor mij belangrijk is, is dat erfgoedontwikkeling geen theoretisch verhaal blijft, maar voortdurend terugvloeit naar de praktijk. In die zin voelt de Monumententalentprijs niet als een eindpunt, maar juist als een aanmoediging om verder te experimenteren, te vergelijken en nieuwe perspectieven toe te laten binnen het erfgoedveld.



Opmerkingen